Inhoudsindicatie

Geschil over de leasefietsregeling.

Zaaknummer(s) 2025-00079
Datum uitspraak
Categorie(ën) verschil van mening,
zoals genoemd in 16.2 van de Cao Rijk
Ander onderwerp
Relevante cao-bepaling(en) 10.6
Uitkomst zaak (deels) ongegrond

Waar gaat de zaak over?

De werknemer heeft op grond van de leasefietsregeling een leasefiets aangevraagd bij de leverancier van de leasefiets met een maximale waarde van € 7.000,–. De werknemer ontvangt van de leverancier een bestelcode. De werknemer bestelt daarop de fiets definitief met de bestelcode.

De werkgever stelt dat de werknemer niet in aanmerking komt voor een leasefiets met een maximale waarde van € 7.000,– omdat de werknemer slechts een gedeelte van de afstand woon-werkverkeer (voor- en na traject) aflegt met de fiets. De werknemer gebruikt de leasefiets om van het woonadres naar het treinstation te komen en vice versa. Het andere deel van de afstand woon-werkverkeer legt de werknemer met de trein af.

De werknemer stelt dat hij op grond van de informatie over de leasefietsregeling op P-direkt en de informatie op het Rijksportaal er van uit mocht gaan dat niet uitsluitend het gedeelte van de afstand woon-werkverkeer dat de werknemer per fiets aflegt bepalend is voor de categorie fiets waar de werknemer aanspraak op kan maken. De werknemer stelt dat de totale afstand woon-werkverkeer daarvoor bepalend is.

De werkgever stelt zich op het standpunt dat op basis van de (meest) relevante bepalingen uit paragraaf 10.6 van de CAO Rijk (2024-2025), de uitleg bij paragraaf 10.6 van de CAO Rijk en de gebruikersovereenkomst duidelijk blijkt dat de vraag of een werknemer in aanmerking komt voor een leasefiets, en indien ja, in welke categorie, wordt beoordeeld op basis van de afstand tussen de woning en de werklocatie (als je de gehele afstand fietst) of de afstand van de woning naar de opstaphalte van het openbaar vervoer (als je slechts een deel van de afstand fietst). Het is duidelijk niet de bedoeling om beide afstanden bij elkaar op te tellen.

Hoe luidt de uitspraak van de commissie?

De vraag die beantwoord moet worden is of de werknemer aanspraak kan maken op een leasefiets met een maximale waarde van € 7.000,–.

De commissie oordeelt dat de tekst van paragraaf 10.6 CAO Rijk duidelijk aangeeft dat als de afstand van de woning van een werknemer tenminste vijf kilometer
verwijderd is van de werklocatie of de opstaphalte van het openbaar vervoer de werknemer (als hij/zij overigens voldoet aan de gestelde voorwaarden in paragraaf
10.6) een leasefiets kan aanvragen. Vervolgens wordt bepaald dat, afhankelijk van het aantal kilometers dat de werknemer per fiets aflegt tussen de woon- en
werklocatie, de werknemer aanspraak kan maken op een fiets uit categorie 1 of uit categorie 2.

De commissie is van oordeel dat op een werknemer een onderzoekplichtrust om na te gaan of hij/zij aanspraak kan maken op een leasefiets en uit welke categorie.

Het komt voor rekening en risico van een werknemer als hij/zij niet de letterlijke tekst van de cao als uitgangspunt neemt om te bepalen of er een aanspraak op basis aan de CAO Rijk bestaat. Als de werknemer die stap overslaat en de tekst op het Rijksportaal als uitgangspunt neemt om zijn/haar aanspraak te beoordelen dat voor diens rekening en risico komt. Nu de tekst van de CAO Rijk op dit punt helder is en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar is, heeft de werknemer in de positie kunnen komen dat hij een leasefiets uit de verkeerde categorie heeft aangevraagd, waarvoor hij zelf verantwoordelijk is. De commissie concludeert dat de werknemer een leasefiets besteld heeft uit de verkeerde categorie. De commissie oordeelt dat die verkeerde keuze voor rekening en risico van de werknemer komt nu de werknemer niet de letterlijke tekst van de cao als uitgangspunt heeft genomen. Daarnaast heeft de werknemer geen nader onderzoek gedaan of navraag gedaan bij de werkgever, terwijl daar wel alle aanleiding voor bestond.

De commissie is van mening dat de aanvraagprocedure voor een leasefiets verwarrend is. Het proces is niet op de juiste manier ingeregeld bij de werkgever. Het proces zou op een zodanige wijze moeten worden ingeregeld dat de bestelling van een leasefiets door een werknemer niet kan plaatsvinden zonder voorafgaand akkoord vanuit de werkgever. De bestelcode zou pas afgegeven moeten worden nadat het formele akkoord vanuit de werkgever er ligt. Daarmee kan voorkomen worden dat zich in de toekomst vergelijkbare zaken voordoen.

Over de uitspraken van de commissie en deze samenvatting

De geschillencommissie doet uitspraak over een voorgelegd meningsverschil. De uitspraak is echter niet bindend.
Afwijken van die uitspraak kan alleen gemotiveerd gebeuren. Dit is bepaald in § 16.2 van de cao.

Deze samenvatting is een vereenvoudigde, geanonimiseerde weergave van de officiële uitspraak van de commissie.

Aan de samenvatting kunnen geen rechten worden ontleend.

Voor vragen of opmerkingen over de samenvatting, gelieve contact op te nemen met het secretariaat van de commissie via administratie.caopjuridisch@caop.nl .