| Inhoudsindicatie | Terugvordering geld te veel privé gereden met bedrijfsauto |
|---|---|
| Zaaknummer(s) | 2025-00046 |
| Datum uitspraak | |
| Categorie(ën) verschil van mening, zoals genoemd in 16.2 van de Cao Rijk |
Ander onderwerp |
| Relevante cao-bepaling(en) | 10.4 |
| Uitkomst zaak | (deels) ongegrond |
Waar gaat de zaak over?
De werknemer vraagt de commissie om te bepalen dat hij het bedrag van ruim € 1.300,00, dat hij heeft moeten betalen naar aanleiding van de achteraf over 2023 vastgestelde bijtelling, van de werkgever terugontvangt. De werknemer stelt zich op het standpunt dat de werkgever hem beter had moeten informeren over zijn dienstauto en de juiste informatie had moeten verstrekken. De werknemer heeft bij zijn indiensttreding geen richtlijnen of regels ontvangen over zijn dienstauto, maar slechts een ingebruikname formulier ondertekend. Volgens de werknemer had de werkgever hem een contract of richtlijnen moeten aanbieden, of hem in ieder geval moeten attenderen op het uitzoeken van regels. Hij is financieel de dupe geworden van het nalaten van de werkgever. Volgens de werknemer is er tijdens introductiedagen aan hem en zijn collega’s verteld dat ze niet meer dan 500 kilometer privé zouden moeten rijden. Dat advies heeft de werknemer aangenomen en hij heeft ervoor gezorgd dat hij in 2023 ook niet meer dan 500 kilometer privé heeft gereden.
De werkgever stelt zich op het standpunt dat de werknemer in 2023 386,4 kilometer privé heeft gereden en daarom niet heeft voldaan aan de maximaal 500 kilometer per kalenderjaar, omdat dit aantal geldt voor een heel jaar. De werknemer heeft de dienstauto slechts voor een deel van het jaar gebruikt, namelijk van 1 september tot en met december, en het maximum moet dan worden omgerekend (pro rato). Het gevolg is een fiscale bijtelling vanaf 1 september 2023.De werknemer verwijt de werkgever ten onrechte dat hij onvoldoende is voorgelicht over de fiscale regels en daardoor schade heeft geleden die niet voor zijn rekening mag komen. De werkgever is van mening dat de werknemer voldoende op de hoogte was van de regels ten aanzien van het maximum van 500 kilometer per kalenderjaar, dan wel op de hoogte had kunnen zijn. De werkgever verwijst daarbij allereerst naar het aanvraagformulier en de gebruikersovereenkomst, die door de werknemer begin augustus 2023 is ondertekend. Daarop is aangegeven dat de werknemer in het bezit dient te zijn van de “Verklaring geen privégebruik auto” welke bij de Belastingdienst moet worden aangevraagd. De werknemer heeft door ondertekening verklaard op de hoogte te zijn van de van toepassing zijnde autoregeling.
Uit de “Verklaring geen privégebruik auto” van de Belastingdienst blijkt duidelijk dat de werknemer niet meer dan 500 kilometer privé op kalenderjaarbasis mag rijden. En in de daarbij behorende bijlage wordt een voorbeeld gegeven hoe de kilometers op jaarbasis worden berekend als een werknemer maar een deel van het jaar een dienstauto heeft. Ook wijst de werkgever op paragraaf 6.6. van de Dienstautoregeling Rijksoverheid 2022, waarin een uitleg wordt gegeven over de regels die bestaan voor het maximum van 500 kilometer. De “verklaring geen privégebruik auto” wordt door de werkgever bewaard. Indien een medewerker toch teveel kilometers heeft gereden en dat bekend wordt, dan moet een medewerker zijn “Verklaring geen privégebruik auto” intrekken bij de Belastingdienst en wordt met terugwerkende kracht de bijtelling doorgevoerd voor de dienstauto. De werkgever heeft overeenkomstig deze regels gehandeld.
Hoe luidt de uitspraak van de commissie?
De commissie dient in dit geschil de vraag te beantwoorden of de werknemer recht heeft op terugbetaling van het bedrag van ruim € 1.300,00, dat hij aan de werkgever heeft betaald naar aanleiding van de achteraf over 2023 vastgestelde bijtelling voor zijn dienstauto. De commissie constateert dat niet tussen partijen in geschil is dat de werknemer in het kalenderjaar 2023 totaal 386,4 kilometer privé met zijn dienstauto heeft gereden. Ook is tussen partijen niet in geschil dat het gevolg daarvan is dat over dit kalenderjaar voor de dienstauto van de werknemer een fiscale bijtelling moest worden vastgesteld, welke de werkgever (met terugwerkende kracht) bij het bruto maandsalaris van de werknemer heeft moeten optellen.
Tussen partijen is in geschil of de werkgever de werknemer ten tijde van de aanvraag en het in gebruik nemen van de dienstauto voldoende heeft geïnformeerd over de (fiscale) regels ten aanzien van het maximum van 500 kilometers privé per kalenderjaar. Als de werkgever inderdaad is tekortgeschoten in deze informatievoorziening, is de vraag of de werknemer dan op grond daarvan recht heeft op terugbetaling door de werkgever van het bedrag van ruim € 1.300,00.
Naar het oordeel van de commissie was de werknemer voldoende op de hoogte van de (fiscale) regels ten aanzien van het maximum van 500 kilometer per kalenderjaar, dan wel had de werknemer daar in ieder geval van op de hoogte kunnen zijn. Ter hoorzitting heeft de werknemer verklaard dat hij in ieder geval de eerste pagina van de beschikking van de Belastingdienst (de “Verklaring geen privégebruik auto”) heeft ontvangen en heeft gelezen. Uit dat document blijkt ondubbelzinnig en voldoende duidelijk dat de werknemer niet meer dan 500 kilometers privé op kalenderjaarbasis mag rijden. De commissie begrijpt van de werknemer dat hij deze informatie niet voldoende zorgvuldig heeft doorgenomen, maar is van oordeel dat dit niet voor rekening en risico van de werkgever kan komen.
Tussen partijen en bij de commissie is niet duidelijk geworden of de werknemer ook de bijlage bij de beschikking van de Belastingdienst heeft ontvangen en of de werknemer dus over deze informatie heeft kunnen beschikken. Dat doet echter niets af aan het oordeel van de commissie, omdat zij, zoals hiervoor overwogen, van oordeel is dat de werknemer al voldoende geïnformeerd was met de eerste pagina van de beschikking van de Belastingdienst. Daarbij komt ook dat de werknemer met het ondertekenen van het aanvraagformulier en de gebruiksovereenkomst heeft verklaard akkoord te zijn gegaan met de van toepassing zijnde autoregeling van de werkgever. De commissie is van oordeel dat de werknemer daarom ook op de hoogte had kunnen zijn van de informatie in de Dienstautoregeling. In deze Dienstautoregeling wordt op een heldere manier uitleg gegeven over de regels omtrent het maximum van 500 kilometer privé per kalenderjaar en de specifieke situatie van de werknemer.
Alles overwegende ziet de commissie aanleiding om te oordelen dat de werknemer op de hoogte was of had kunnen zijn van de (fiscale) regels ten aanzien van het maximum van 500 kilometers privé per kalenderjaar en dat de werkgever niet is tekortgeschoten in het informeren van de werknemer hierover. De werknemer heeft dan ook geen recht op de terugbetaling van het bedrag van ruim € 1.300,00 door de werkgever.
Over de uitspraken van de commissie en deze samenvatting
De geschillencommissie doet uitspraak over een voorgelegd meningsverschil. De uitspraak is echter niet bindend.
Afwijken van die uitspraak kan alleen gemotiveerd gebeuren. Dit is bepaald in § 16.2 van de cao.
Deze samenvatting is een vereenvoudigde, geanonimiseerde weergave van de officiële uitspraak van de commissie.
Aan de samenvatting kunnen geen rechten worden ontleend.
Voor vragen of opmerkingen over de samenvatting, gelieve contact op te nemen met het secretariaat van de commissie via administratie.caopjuridisch@caop.nl .