Inhoudsindicatie

Vergoeding van kosten (een terugvordering van de Belastingdienst) als gevolg van een vernietigd ontslagbesluit. Terugbetaling onverschuldigd betaalde bovenwettelijke werkloosheidsuitkering.

Zaaknummer(s) 2025-00022
Datum uitspraak
Categorie(ën) verschil van mening,
zoals genoemd in 16.2 van de Cao Rijk
Ander onderwerp
Relevante cao-bepaling(en) NVT
Uitkomst zaak (deels) ongegrond

Waar gaat de zaak over?

Aan de werknemer is door de werkgever ontslag verleend, wegens ongeschiktheid. De Centrale Raad van Beroep heeft het dienstverband van de werknemer met terugwerkende kracht hersteld en er bestond een (achterstallig) recht op loon. De werkgever heeft een berekening gemaakt van het bedrag aan loon waarop de werknemer recht heeft en er is een nabetaling gedaan. De werkgever heeft de werknemer ook geïnformeerd over de (achteraf gezien) onverschuldigd aan de werknemer betaalde (bovenwettelijke) werkloosheidsuitkeringen. De werknemer is verzocht om het bedrag aan bovenwettelijke werkloosheidsuitkering aan de werkgever terug te betalen. De werknemer heeft dit bedrag (onder protest) aan de werkgever voldaan.

De werkgever heeft aan de werknemer (aangepaste) jaaropgaven verstrekt, zoals de werknemer die zou hebben ontvangen als hij werkzaam zou zijn geweest. De werknemer heeft de werkgever meermaals verzocht om negatieve jaaropgaven te verstrekken. De werkgever heeft aangegeven dat dit niet mogelijk is en dat de werknemer het door hem terugbetaalde bedrag (bovenwettelijke werkloosheidsuitkering) als negatieve inkomsten bij zijn belastingaangifte kan opvoeren.

De werknemer krijgt een aanslag van de belastingdienst waaruit blijkt dat hij een bedrag moet terugbetalen. Bij de berekening van de inkomstenbelasting is rekening gehouden met het loon van de werkgever én met de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering.

De werknemer stelt dat de werkgever heeft geweigerd om negatieve jaaropgaven of duidelijke documentatie te verstrekken, waardoor de situatie is ontstaan dat de Belastingdienst de jaaropgaven van de werkgever heeft gecombineerd met de reeds verstrekte jaaropgaven van zijn bovenwettelijke werkloosheidsuitkering. Daardoor heeft de Belastingdienst de werknemer onterecht als ontvanger van dubbele inkomsten beschouwd, wat resulteerde in een naheffingsaanslag. Ook vraagt de werknemer de commissie om te beoordelen of de werkgever bevoegd was om de bovenwettelijke werkloosheidsuitkering van hem terug te vorderen.

De werkgever stelt niet aansprakelijk te zijn voor de door de werknemer gestelde schade (de naheffing van de Belastingdienst). Met de nabetaling van het loon heeft de werkgever voldaan aan zijn contractuele verplichtingen. Aan de werknemer is uitgelegd dat hij het door hem betaalde bedrag bij zijn belastingaangifte kon opvoeren als negatieve inkomsten en de werkgever heeft aangeboden om de belastingaangifte te laten verzorgen. Volgens de werkgever blijkt ook niet waarom de werknemer een naheffingsaanslag opgelegd heeft gekregen en of dat komt door het niet overleggen van negatieve jaaropgaven.

Hoe luidt de uitspraak van de commissie?

De commissie is van oordeel dat de werkgever bevoegd was om de onverschuldigd betaalde bovenwettelijke werkloosheidsuitkering van de werknemer terug te vorderen. De werkgever is de eigenrisicodrager en de lasten voor deze uitkering komen voor de rekening van de werkgever. De pensioenuitvoerder is slechts belast met de uitbetaling van de uitkering aan de werknemer, de uitvoering van een terugvordering van een uitkering wordt verlegd naar de werkgever. De werkgever heeft de terugvordering niet gemeld aan de Belastingdienst en de commissie vraagt zich daarbij af of de werkgever zichzelf voldoende de vraag heeft gesteld of zij daarmee aan al haar fiscale verplichtingen heeft voldaan.

De commissie kan geen oordeel geven over bedragen die door de Belastingdienst zijn vastgesteld of over andere fiscale aangelegenheden. De commissie kan zich slechts uitlaten over de onderlinge gedragingen tussen de werkgever en de werknemer. De commissie zal het verzoek beoordelen aan de hand van artikel 7:611 van het Burgerlijk Wetboek (de werkgever en de werknemer zijn verplicht zich als een goed werkgever en een goed werknemer te gedragen) en de zorgplicht die de werkgever richting de werknemer heeft.

De commissie stelt vast dat weliswaar vaststaat dat de werknemer een naheffingsaanslag van de Belastingdienst heeft ontvangen, maar dat met de door de werknemer overgelegde belastingaanslag niet vast is komen te staan op grond waarvan de werknemer dit bedrag aan de Belastingdienst heeft moeten terugbetalen. Daarmee staat volgens de commissie dus ook niet vast dat de werknemer deze financiële schade heeft geleden doordat de werkgever -kort gezegd- geen juiste negatieve jaaropgaven heeft verstrekt. De commissie kan dan ook niet tegemoetkomen aan het verzoek van de werknemer en oordelen dat de werkgever het bedrag aan de werknemer moet terugbetalen.

De commissie benadrukt echter wel dat er in het geval van de werknemer sprake is van een complexe en uitzonderlijke situatie. De commissie is daarom van oordeel dat van de werkgever als goed werkgever in een dergelijke situatie verwacht mag worden dat hij ervoor zorgt dat er volledige duidelijkheid bestaat bij de werknemer over de financiële en fiscale afwikkeling. In deze overweging neemt de commissie ook mee dat de situatie in dit geval is ontstaan na een ontslagprocedure en het daaropvolgend herstel van het dienstverband en dus niet door toedoen van de werknemer. De commissie is van oordeel dat de werkgever daarom als goed werkgever de verplichting heeft om alsnog in overleg met de werknemer een fiscaal expert in te schakelen en daar de kosten voor te dragen. De commissie merkt daarbij op dat een expert dat enkel kan doen als de werknemer alle benodigde financiële en fiscale gegevens aanlevert, die hij overigens niet met de werkgever hoeft te delen. De commissie adviseert partijen om vervolgens over de conclusies van de expert met elkaar in gesprek te gaan.

Mocht uit de conclusie van de expert blijken dat de werknemer financieel nadeel heeft geleden omdat de werkgever voor een bepaalde constructie heeft gekozen bij het opmaken van de jaaropgaven, dan moet de werkgever dat financieel nadeel wegnemen bij de werknemer. Een herberekening door een fiscaal expert zal volgens de commissie in ieder geval moeten leiden tot duidelijkheid voor de werknemer en daarmee een duurzame oplossing.

Over de uitspraken van de commissie en deze samenvatting

De geschillencommissie doet uitspraak over een voorgelegd meningsverschil. De uitspraak is echter niet bindend.
Afwijken van die uitspraak kan alleen gemotiveerd gebeuren. Dit is bepaald in § 16.2 van de cao.

Deze samenvatting is een vereenvoudigde, geanonimiseerde weergave van de officiële uitspraak van de commissie.

Aan de samenvatting kunnen geen rechten worden ontleend.

Voor vragen of opmerkingen over de samenvatting, gelieve contact op te nemen met het secretariaat van de commissie via administratie.caopjuridisch@caop.nl .