| Inhoudsindicatie | administratieve) arbeidsongeschiktheid |
|---|---|
| Zaaknummer(s) | 2024-00354 |
| Datum uitspraak | |
| Categorie(ën) verschil van mening, zoals genoemd in 16.2 van de Cao Rijk |
Ander onderwerp |
| Relevante cao-bepaling(en) | H8 |
| Uitkomst zaak | (deels) gegrond |
Waar gaat de zaak over?
De werknemer was gedurende ongeveer een jaar volledig ziekgemeld na een ongeval. Werknemer heeft op enig moment een herstelmelding gedaan. De werkgever heeft het arbeidsongeschiktheidspercentage toen op 1% vastgesteld. De werkgever baseert dit op een advies van de bedrijfsarts. De werkgever heeft de werknemer enkele maanden later alsnog 100% hersteld gemeld.
De werknemer stelt zich op het standpunt dat hij al eerder volledig hersteld gemeld had moeten worden. Hij stelt dat de conclusie van de bedrijfsarts niet juist is. De wet schrijft volgens hem voor dat indien de werknemer volledig zijn eigen werkzaamheden doet volgens de overeengekomen contracturen, de werknemer is hersteld. Indien de werknemer binnen 28 dagen na herstelmelding weer arbeidsongeschikt wordt, telt de datum van eerste ziekmelding. Bij arbeidsongeschiktheid na 28 dagen begint een nieuw traject Wet Poortwachter. De werkgever handelt volgens de werknemer hierin dus in strijd met de wet.
De werkgever stelt zich op het standpunt dat de werkgever niet in strijd met de wet heeft gehandeld. De werkgever heeft conform de adviezen van de bedrijfsarts gehandeld zodat de werknemer terecht niet op de datum dat hij zichzelf geschikt achtte hersteld is gemeld, maar op de datum dat de bedrijfsarts de werknemer hersteld achtte. De werknemer achtte zich hersteld op de eerdere datum omdat hij vond dat hij toen de bedongen arbeid in volledige omvang (arbeidsuren en taken) vervulde. De bedrijfsarts was een andere mening toegedaan.
Mede gelet op de tekst in paragraaf 8.1 CAO Rijk is het niet aan een werknemer om te bepalen wanneer hij arbeidsgeschikt is. Daarvan lijkt de werknemer ten onrechte wel uit te zijn gegaan. De werkgever baseert zich in haar gemaakte keuze om de werknemer enkele maanden later volledig hersteld te melden op de CAO Rijk, de inhoud van de functie van de werknemer en het oordeel van de bedrijfsarts. De werknemer was eerder nog niet volledig hersteld omdat op dat moment nog niet duidelijk was of hij bepaalde aspecten van de functie wel kon vervullen, namelijk de piekbelasting bij calamiteiten. Een werknemer is pas volledig hersteld wanneer hij zijn werkzaamheden in volle omvang kan vervullen. Aan het niet volledig hersteld melden door de werkgever ligt een medisch oordeel van de bedrijfsarts ten grondslag.
Hoe luidt de uitspraak van de commissie?
Ontvankelijkheid
De commissie acht zich bevoegd om te oordelen in dit geschil ondanks dat de werkgever aangeeft dat de werknemer geen belang heeft bij onderhavige procedure omdat de werknemer inmiddels al geruime tijd volledig arbeidsgeschikt is. Dit omdat het verzoek valt dan ook binnen de termijn waarbinnen sprake zou kunnen zijn van een samengestelde periode van ziekte op grond van artikel 7:629 lid 10 BW. Dat de hoorzitting pas enkele maanden na deze periode heeft plaatsgevonden doet daar niet aan af.
Inhoudelijke beoordeling
De werkgever geeft aan dat het arbeidsongeschiktheidspercentage gebaseerd is op het advies van de bedrijfsarts. De commissie constateert echter dat het advies niet zo eenduidig is als de werkgever stelt en dat het advies volgens de commissie op bepaalde onderdelen zelfs tegenstrijdig is. De commissie is van oordeel dat als de werknemer in de volle omvang van taken en uren zijn eigen werk vervult er geen sprake meer is van arbeidsongeschiktheid. Of de arbeidsgeschiktheid duurzaam is mag op grond van artikel 7:629 lid 10 BW en jurisprudentie daaromtrent niet leiden tot administratieve arbeidsongeschiktheid. Hiermee wordt het risico van de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever immers afgewenteld op de werknemer, hetgeen niet de bedoeling is.
De commissie is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld waarom de werknemer op de eerdere datum niet, maar een paar maanden later wel in staat was zijn functie in volle omvang – waaronder calamiteiten – uit te oefenen. Zij baseert zich daarbij op dat in de tussengelegen periode zich geen calamiteiten voorgedaan op de afdeling waar hij werkzaam was. Er kon dus niet in de praktijk worden ‘getoetst’ of hij de piekbelasting aankon. Daarnaast heeft als gevolg van fysieke beperkingen van de werknemer überhaupt geen toetsing plaats kunnen vinden door middel van de Fysieke Vaardigheden Toets. De werkgever heeft aangegeven dat langdurig arbeidsongeschikte medewerkers die re-integreren gedurende hun re-integratie met een aangepast takenpakket boven de sterkte/formatie worden geplaatst. Dit gebeurt in het kader van het gefaseerd weer volledig inzetbaar krijgen van de medewerker. Zodra de medewerker volledig arbeidsgeschikt en dus ook volledig inzetbaar is wordt hij binnen de sterkte/formatie geplaatst. De werkgever heeft de werknemer al op de eerdere datum volledig binnen de sterkte/formatie geplaatst. Tot slot heeft de werkgever met terugwerkende kracht tot en met de eerdere datum de salariskorting wegens langdurige ziekte van de werknemer ongedaan gemaakt. Dat impliceert dat de werknemer op grond van paragraaf 8.2 van de CAO-Rijk sinds de eerdere datum zijn functie in volle omvang vervult.
Dit alles leidt volgens de commissie tot het oordeel dat verzoeker per de eerdere datum volledig arbeidsgeschikt moet worden verklaard.
Over de uitspraken van de commissie en deze samenvatting
De geschillencommissie doet uitspraak over een voorgelegd meningsverschil. De uitspraak is echter niet bindend.
Afwijken van die uitspraak kan alleen gemotiveerd gebeuren. Dit is bepaald in § 16.2 van de cao.
Deze samenvatting is een vereenvoudigde, geanonimiseerde weergave van de officiële uitspraak van de commissie.
Aan de samenvatting kunnen geen rechten worden ontleend.
Voor vragen of opmerkingen over de samenvatting, gelieve contact op te nemen met het secretariaat van de commissie via administratie.caopjuridisch@caop.nl .