| Inhoudsindicatie | Geschil over bestraffing |
|---|---|
| Zaaknummer(s) | 2024-00201 |
| Datum uitspraak | |
| Categorie(ën) verschil van mening, zoals genoemd in 16.2 van de Cao Rijk |
Een straf die uw werkgever wil opleggen |
| Relevante cao-bepaling(en) | H15 |
| Uitkomst zaak | (deels) gegrond |
Waar gaat de zaak over?
De werkgever constateert dat in maart 2024 dat vier werknemers onterecht reiskosten hebben gedeclareerd. Na twee gesprekken met de werkgever kreeg de werknemer een straf opgelegd, namelijk de inhouding van 18 IKB-uren. In de brief staan punten waar de werknemer het niet mee eens is: hij heeft niet bewust onterecht gedeclareerd, hij is eerlijk geweest, ontving geen rechtsbijstand, heeft geen dagvergoedingen gedeclareerd en ontving een ander bedrag dan gesteld. De werknemer heeft deze onjuistheden besproken met de werkgever en gevraagd om aanpassing van het te veel uitbetaalde bedrag. Omdat dit niet op tijd gebeurde, heeft de werknemer de zaak voorgelegd aan de Geschillencommissie.
Tijdens de hoorzitting vertelde de werknemer dat zijn commandant hem had verteld hoe te declareren. Door de overgang naar een nieuwe locatie werd zijn personeelsdossier inzichtelijk voor zijn nieuwe leidinggevende, en de straf was al verwerkt voordat hij zijn leidinggevende kon inlichten, wat een probleem in hun relatie veroorzaakte. De werknemer ziet dit als een extra straf en meent dat de straf te vroeg was ingevoerd en dat de inhouding van 18 IKB-uren een te zware straf is.
De werkgever zegt dat medewerkers geen kilometervergoeding mogen vragen als ze zelf geen kosten hebben gemaakt. Dit is tegen de regels van de CAO Rijk en staat ook op de website van P-Direkt en het Rijksportaal. De werknemer had de voorwaarden zelf kunnen controleren. Het voormalig afdelingshoofd herinnert zich niet dat de werknemer heeft gevraagd of hij tegen de regels mocht declareren. De werknemer vroeg of hij reisuren mocht declareren, en hij zei dat dit niet mocht. De goedkeuring van declaraties betekent niet dat leidinggevenden akkoord gingen met het indienen van een kilometervergoeding zonder eigen vervoer. Het declaratiesysteem is gebaseerd op vertrouwen.
De werkgever zegt dat de werknemer had moeten vragen of hij bij gebruik van de bus een kilometervergoeding kon aanvragen. De werknemer heeft verkeerde informatie ingevoerd in P-Direkt en wist dat hij niet voldeed aan de eisen. Hij diende toch een declaratie in voor de kilometervergoeding. De werkgever legt uit dat de CAO Rijk alleen een regeling heeft voor reiskosten en niet voor reistijd. Extra uren voor de bus worden gecompenseerd in de geplande uren voor de training. Het rijden met de bus is vrijwillig. De werkgever heeft de werknemer terecht een straf opgelegd en vraagt de commissie om de inhouding van 18 IKB-uren te handhaven.
Hoe luidt de uitspraak van de commissie?
De discussie tussen partijen gaat over de rechtmatigheid van de declaratie van reiskosten. De werknemer heeft gezegd dat hij met eigen auto heeft gereisd, terwijl hij in werkelijkheid met de dienstbus ging. De commissie is van mening dat de reiskostenvergoeding bedoeld is voor kosten van reizen met eigen auto. Als de dienstreis met de bus wordt gemaakt, zijn er geen kosten voor eigen vervoer die vergoed moeten worden. De commissie begrijpt dat de werknemer de declaratie heeft ingediend om extra werk en tijd te vergoeden, wat alleen van toepassing is voor degene die de bus rijdt.
De commissie stelt dat de reiskostenvergoeding niet is bedoeld voor extra werkzaamheden of tijd. Dit blijkt uit het declaratieformulier, waar de werknemer verklaart dat hij reist met eigen auto en volgens de CAO Rijk declareert. Aangezien hij met de bus heeft gereisd, heeft hij niet correct gedeclareerd. De werkgever heeft geconstateerd dat de werknemer twee keer onterecht heeft gedeclareerd en heeft dit bestraft met inhouding van 18 IKB-uren. De commissie vindt deze straf te zwaar voor een eerste vergrijp van een goed functionerende medewerker.
Bovendien heeft de werknemer geen schriftelijke uitnodiging ontvangen voor gesprekken waarbij hij kan worden bestraft. De commissie is van mening dat de werknemer tijdig en schriftelijk moet worden uitgenodigd voor dergelijke formele gesprekken. De werknemer heeft ook aangegeven van zijn commandant gehoord te hebben dat hij reiskosten kan declareren voor het rijden met de bus, maar dit kon niet worden bevestigd. De commissie concludeert dat de straf te fors is en dat een schriftelijke berisping passender zou zijn.
Over de uitspraken van de commissie en deze samenvatting
De geschillencommissie doet uitspraak over een voorgelegd meningsverschil. De uitspraak is echter niet bindend.
Afwijken van die uitspraak kan alleen gemotiveerd gebeuren. Dit is bepaald in § 16.2 van de cao.
Deze samenvatting is een vereenvoudigde, geanonimiseerde weergave van de officiële uitspraak van de commissie.
Aan de samenvatting kunnen geen rechten worden ontleend.
Voor vragen of opmerkingen over de samenvatting, gelieve contact op te nemen met het secretariaat van de commissie via administratie.caopjuridisch@caop.nl .