| Inhoudsindicatie | Geschil over verschuivingstoeslag |
|---|---|
| Zaaknummer(s) | 2024-00159 |
| Datum uitspraak | |
| Categorie(ën) verschil van mening, zoals genoemd in 16.2 van de Cao Rijk |
Ander onderwerp |
| Relevante cao-bepaling(en) | H22 |
| Uitkomst zaak | (deels) ongegrond |
Waar gaat de zaak over?
De werknemers vragen de Geschillencommissie om een oordeel over twee zaken. Het eerste punt is de verschuivingstoeslag. Volgens de CAO Rijk hebben
werknemers recht op deze toeslag als het arbeidspatroon minder dan 72 uur van tevoren verandert. Wanneer een dienst binnen deze termijn wordt aangepast,
ontvangt de medewerker geen 45% verschuivingstoelage, maar wordt dit als overwerk beschouwd met een overwerktoelage van 25%. De werknemer vinden dit niet
juist en eisen compensatie voor de verschuivingstoelage vanaf 1 januari 2024.
Het tweede punt betreft de toelage voor bereikbaarheids- en beschikbaarheidsdienst. De werknemers vinden deze toeslag te laag. Tijdens hun piketdienst moeten
zij binnen 45 minuten na een oproep op de werkplek zijn. Gemiddeld hebben zij eens per drie weken piketdienst. De huidige toelage is 10% van het uurloon
doordeweeks en 20% in het weekend, maar de werknemers stellen dat ze recht hebben op een hogere toelage van 15% en 30% respectievelijk, omdat de
verplichting om binnen 45 minuten op de locatie te zijn, veel druk met zich meebrengt. Ze eisen de hogere toeslag vanaf 1 januari 2024.
De werkgever vindt dat de paragrafen 22. 8 en 22. 10 van de CAO Rijk goed worden toegepast met de Rijks Roosterapplicatie (RRA). De huidige uitvoering van de
toelage werktijdverschuiving en overwerk is onderwerp van gesprek tussen de werkgever (BZK) en de vakbonden (SOR) omdat er mogelijk een onbedoeld nadeel
voor medewerkers is. De cao-partners moeten beslissen of er een onbedoeld nadeel is en een oplossing nodig is. De werkgever denkt niet dat ze eenzijdig kan
afwijken van rijksbrede beleidsregels over de toelage werktijdverschuiving.
De toelage werktijdverschuiving en overwerk kunnen niet samengaan; er is ofwel sprake van een toelage ofwel van overwerk. Sinds 1 januari 2024 is de manier om
overwerk vast te stellen veranderd. Voor die datum was de beoordelingsperiode een kalendermaand, nu is dit een dag. De administratieve verwerking is ook
veranderd vanaf 1 januari 2024. Voor die datum werd per maand gekeken naar het aantal overwerkuren, nu per dag. Een procedure om te voorkomen dat voor een
uur zowel een toelage als overwerk werd betaald is niet meer van toepassing. Per 1 januari 2024 is de jaar- urensystematiek ingevoerd, wat invloed heeft op de
berekening en uitbetaling van overwerkuren.
De werkgever vindt dat paragraaf 7. 1 van de CAO Rijk correct wordt toegepast. Medewerkers moeten bereikbaar en beschikbaar zijn volgens een rooster. Bij een
oproep moeten ze binnen 45 minuten op de werklocatie zijn. De toelage is een vergoeding voor ongemak tijdens bereikbaarheidsdiensten, ongeacht of
medewerkers daadwerkelijk worden opgeroepen. Tijdens de piketdienst kunnen de medewerkers zich richten op hun privéleven en zijn zij niet verplicht om in de
buurt van de werklocatie te blijven. Daarom is er geen recht op een hogere toelage.
De werkgever vraagt de commissie om te bepalen dat de kwestie over de toelage werktijdverschuiving onderdeel is van cao-onderhandelingen, zodat de commissie
hier geen oordeel over kan geven. De werkgever verzoekt ook om te bevestigen dat de CAO Rijk juist wordt toegepast en de juiste toelagen worden betaald.
Hoe luidt de uitspraak van de commissie?
De Geschillencommissie Rijk kan oordelen over geschillen tussen werknemers en werkgevers binnen de CAO Rijk. De commissie controleert of de cao-regels juist
worden toegepast, maar kan niets zeggen over de inhoud van de cao zelf, omdat dit aan de cao-partijen is voorbehouden.
Een belangrijk punt van discussie is de berekening van de verschuivingstoelage via de RRA. De commissie benadrukt dat de RRA ontworpen is voor alle
roosterdiensten binnen de sector Rijk en moet zorgen voor een goede werkplanning en betaling volgens de cao. Werknemers merken op dat de huidige situatie hen
dwingt om overwerkuren op te sparen voor een hogere uitbetaling aan het einde van het jaar, en dit zou niet ideaal zijn. De commissie vindt echter dat de cao-toelagen
niet verkeerd worden berekend en dat eventuele verschillen komen door wijzigingen in de cao, niet door foutieve berekeningen. De vraag of de wijzigingen
zorgen voor een ongewenste situatie moet door de cao-partijen besproken worden.
Het tweede geschilpunt gaat over de bereikbaarheids- en beschikbaarheidstoelage. De werknemers zijn van mening dat zij recht hebben op een hogere toelage
omdat zij in de buurt van hun dienstauto moeten blijven. Volgens de cao hangt de hoogte van de toelage af van waar de medewerker zich moet bevinden bij een
oproep. De commissie concludeert dat ze niet op de locatie van de dienstauto hoeven te blijven en dat de werklocatie de plek is waar de werkzaamheden normaal
gesproken plaatsvinden. De commissie steunt het standpunt van de werkgever en oordeelt dat de werknemers geen recht hebben op de hogere toelage.
Over de uitspraken van de commissie en deze samenvatting
De geschillencommissie doet uitspraak over een voorgelegd meningsverschil. De uitspraak is echter niet bindend.
Afwijken van die uitspraak kan alleen gemotiveerd gebeuren. Dit is bepaald in § 16.2 van de cao.
Deze samenvatting is een vereenvoudigde, geanonimiseerde weergave van de officiële uitspraak van de commissie.
Aan de samenvatting kunnen geen rechten worden ontleend.
Voor vragen of opmerkingen over de samenvatting, gelieve contact op te nemen met het secretariaat van de commissie via administratie.caopjuridisch@caop.nl .