| Inhoudsindicatie | Geschil over opgelegde straf |
|---|---|
| Zaaknummer(s) | 2023-00296 |
| Datum uitspraak | |
| Categorie(ën) verschil van mening, zoals genoemd in 16.2 van de Cao Rijk |
Een straf die uw werkgever wil opleggen |
| Relevante cao-bepaling(en) | H15 |
| Uitkomst zaak | (deels) ongegrond |
Waar gaat de zaak over?
Aan de werknemer is wegens het meermaals onterecht en incorrect indienen van declaraties over een lange periode de straf van inhouding van 36 IKB-uren opgelegd. Volgens de werknemer zijn eerdere verkeerd ingediende declaraties per ongeluk gegaan, maar zijn sommige declaraties ook ten onrechte afgewezen. De werknemer vindt de opgelegde korting op zijn IKB-uren een veel te zware en onterechte straf voor de gedeclareerde dienstreizen.
De werkgever vindt dat de straf terecht is opgelegd en moet worden gehandhaafd. De werknemer is vaker gewezen op zijn foutieve declaraties en zou dit, na 26 jaar dienst, moeten weten. De werkgever concludeert dat de werknemer opzettelijk foutieve declaraties indient, wat een ernstige schending van integriteit is. De werkgever vraagt de commissie om de eerdere declaraties van werknemer als onjuist te beschouwen.
De werkgever stelt dat een schriftelijke berisping niet geschikt is, omdat het hier niet om een enkel incident gaat, maar om een patroon van foutieve declaraties. De werknemer werd in december 2022 door zijn leidinggevende geïnformeerd over de regels en kreeg de kans om declaraties voor indiening te bespreken, maar heeft dit nooit gedaan. Hij bleef foutieve declaraties indienen en werd zelfs verwezen naar het Servicepunt voor meer informatie.
De werkgever wijst erop dat medewerkers bij het indienen van declaraties moeten verklaren dat deze volgens de CAO Rijk zijn. De werknemer heeft meerdere keren valse declaraties ingediend en toont geen reflectie of verantwoordelijkheidsbesef. Vanwege de ernst van de integriteitsschending is het in mindering brengen van 36 IKB-uren passend.
Hoe luidt de uitspraak van de commissie?
De commissie onderzoekt of de werkgever redelijkerwijs de disciplinaire sanctie kon opleggen en kijkt naar de proportionaliteit van de straf. De commissie oordeelt dat de werkgever redelijk kon concluderen dat de werknemer zich niet als een goede werknemer heeft gedragen. De commissie stelt vast dat de werknemer meerdere foutieve declaraties heeft ingediend.
Bovendien heeft de werkgever eerder al meerdere keren op de foutieve declaraties van de werknemer gewezen. Van een goede werknemer mag zorgvuldigheid worden verwacht, vooral na eerdere waarschuwingen. Er zijn geen omstandigheden die de commissie doen twijfelen aan de verwijten gericht aan de werknemer.
De commissie is daarom van oordeel dat de gedragingen van de werknemer onvoldoende aansluiten bij het gedrag van een goede werknemer, en dat de straf van inhouden van 36 IKB-uren terecht is opgelegd. De commissie concludeert dat de straf niet onredelijk is in verhouding tot de gedragingen en dat de werkgever deze beslissing op een duidelijke manier heeft onderbouwd.
Over de uitspraken van de commissie en deze samenvatting
De geschillencommissie doet uitspraak over een voorgelegd meningsverschil. De uitspraak is echter niet bindend.
Afwijken van die uitspraak kan alleen gemotiveerd gebeuren. Dit is bepaald in § 16.2 van de cao.
Deze samenvatting is een vereenvoudigde, geanonimiseerde weergave van de officiële uitspraak van de commissie.
Aan de samenvatting kunnen geen rechten worden ontleend.
Voor vragen of opmerkingen over de samenvatting, gelieve contact op te nemen met het secretariaat van de commissie via administratie.caopjuridisch@caop.nl .