| Inhoudsindicatie | Plaatsing als functievolger |
|---|---|
| Zaaknummer(s) | 2022-00097 |
| Datum uitspraak | |
| Categorie(ën) verschil van mening, zoals genoemd in 16.2 van de Cao Rijk |
Ander onderwerp |
| Relevante cao-bepaling(en) | H14 |
| Uitkomst zaak | (deels) ongegrond |
Waar gaat de zaak over?
Het geschil betreft de plaatsing als functievolger. De werknemer verzoekt de commissie om een uitspraak ten aanzien van het begrip “uitwisselbaarheid van functies”. Naar zijn mening is het hieromtrent gestelde in bijlage 13 van de CAO Rijk niet correct gehanteerd. Daarnaast ziet de werknemer de functie als een overeengekomen arbeidsvoorwaarde en als zodanig een onderdeel van zijn rechtspositie. Het plaatsen in een ander functieprofiel typeert de werknemer daarom als een eenzijdige wijziging in zijn rechtspositie. Hierdoor is geen sprake van goed werkgeverschap. Ook is geen sprake van zwaarwegendheid van de voorgenomen wijziging.
De werkgever betwist hetgeen de werknemer naar voren heeft gebracht. In het verweerschrift is opgenomen dat een reorganisatie van de afdeling heeft plaatsgevonden. Het O&F-rapport is na positief advies van de OR vastgesteld door de hoogst leidinggevende. Op grond van het convenant 2018-2021 worden geen medewerkers boventallig verklaard. Voorts is uitgangspunt de medewerkers binnen de eigen afdeling te plaatsen. In de nieuwe situatie is nadrukkelijker aandacht voor strategische advisering op het gebied van organisatievraagstukken.
De werkgever wijst op artikel 13 van de Ontslagregeling waarin is aangegeven wanneer sprake is van uitwisselbare functies. Het gaat om limitatieve criteria. Wel dient ook de inhoud van de functies te worden vergeleken. Voorts is een arrest van de Hoge Raad van 15 februari 2019 aangehaald, waaruit het standpunt van de werkgever zou blijken. Het betreft uitwisselbaarheid van functies die voor slechts één derde uit dezelfde werkzaamheden bestaan.
Voorts wijst de werkgever op het verleden van de functie. Deze functie was onder meer bedoeld om als businesspartner te fungeren, om initiatief voorstellen te doen omtrent het optimaliseren van uitvoeringsprocessen en het coördineren van de uitvoering. In de praktijk is de functie op verschillende manieren ingevuld. Dit laatste was mede aanleiding om de functie van coördinerend adviseur in het leven te roepen. Volgens de werkgever kunnen functies uit verschillende functiegroepen wel uitwisselbaar zijn. Het gaat om vergelijking van wat de functie in de praktijk behelst en onder algemene omstandigheden moet worden uitgevoerd, alsmede het werk- en denkniveau. Bij de senior adviseur bedrijfsvoering is aangegeven het WO niveau, terwijl als voetnoot is opgenomen dat kan worden volstaan met het bachelor niveau. Voor de coördinerend adviseur is het HBO werk- en denkniveau gevraagd. De werkgever verzoekt de commissie het verzoek af te wijzen.
Hoe luidt de uitspraak van de commissie?
De commissie merkt op, dat de werkgever kan reorganiseren en daarbij een relatieve vrijheid heeft om de organisatie zodanig in te richten als zij voor het behalen van de organisatiedoelen het meest dienstbaar acht. Het gevolg van een reorganisatie kan zijn dat een iets andere gerichtheid ontstaat hetgeen invloed heeft op de inhoud van functies. Uit het recht van de werkgever om aanpassingen te plegen aan de organisatie vloeit logischer wijs voort dat werkzaamheden van medewerkers kunnen veranderen. Mede om de belangen van het personeel te waarborgen heeft de OR adviesrecht om invloed op reorganisatie- en de bijbehorende uitvoeringsplannen. Zo ver de commissie heeft kunnen constateren is deze weg gevolgd. Ook de procedure die in de uitvoeringsplannen is opgenomen is naar het oordeel van de commissie correct gevolgd.
Voor wat betreft de uitwisselbaarheid van de functies merkt de commissie op, dat uit bijlage 13 van de ontslagregeling in de CAO Rijk onder meer volgt dat het vaststellen van de uitwisselbaarheid van functies gebeurt op basis van toetsing van de functieprofielen die bestaan uit een kernprofiel en een kwaliteitenprofiel.
Daarnaast is het uitgangspunt dat een werknemer vrijwel direct inzetbaar moet zijn in de andere -uitwisselbare – functie. Indien deze overdrachtsperiode redelijkerwijs te lang is, zijn de functies niet uitwisselbaar. Wat in het gegeven geval een redelijke overdrachtsperiode is, dient aan de hand van bijvoorbeeld de complexiteit van de functies beoordeeld te worden, waarbij een periode van enkele dagen tot enkele weken gehanteerd dient te worden voor de bepalende, essentiële functie-eisen en drie tot zes maanden voor de minder bepalende functie-eisen.
Op de hoorzitting is gebleken dat nagenoeg geen behoefte was aan een inwerkperiode. Voorts is het de commissie niet gebleken dat sprake is van een verslechtering van de rechtspositie, nu de schaalindeling alsmede de salariëring en ook de overige arbeidsvoorwaarden gelijk zijn gebleven. Dat sprake zou zijn van een beperking van de mogelijkheden van de werknemer doordat loopbaanpaden zouden veranderen ziet de commissie niet. Immers, het Functiegebouw Rijk kent geen loopbaanpaden, maar is een verzameling logisch en naar niveau gegroepeerde generieke functiebeschrijvingen. Indien een werknemer een andere functie ambieert, dient de werknemer zich te kwalificeren aan de inhoud van het kwaliteitenprofiel. Dit geldt voor geambieerde functies zowel binnen als buiten de eigen functiefamilie.
Voorts meent de commissie dat indien de werknemer niet zou worden geplaatst als functievolger, het alternatief een Van Werk Naar Werk traject zou kunnen inhouden. Dit zou strijdig zijn met de bij de werkgever met de personeelsvertegenwoordiging gemaakte afspraak dat overtolligheid dient te worden vermeden. Op grond van het vorenstaande meent de commissie dat het besluit om de werknemer als functievolger te plaatsen gezien de feiten en omstandigheden niet onbillijk of onredelijk kan worden genoemd.
Over de uitspraken van de commissie en deze samenvatting
De geschillencommissie doet uitspraak over een voorgelegd meningsverschil. De uitspraak is echter niet bindend.
Afwijken van die uitspraak kan alleen gemotiveerd gebeuren. Dit is bepaald in § 16.2 van de cao.
Deze samenvatting is een vereenvoudigde, geanonimiseerde weergave van de officiële uitspraak van de commissie.
Aan de samenvatting kunnen geen rechten worden ontleend.
Voor vragen of opmerkingen over de samenvatting, gelieve contact op te nemen met het secretariaat van de commissie via administratie.caopjuridisch@caop.nl .