Inhoudsindicatie

Functie-indeling

Zaaknummer(s) 2026-00004
Datum uitspraak
Categorie(ën) verschil van mening,
zoals genoemd in 16.2 van de Cao Rijk
Of aan werkzaamheden goede salarisschaal is verbonden, Of werkzaamheden passen binnen functiegroep Functiegebouw Rijk
Relevante cao-bepaling(en) 6.1
Uitkomst zaak (deels) ongegrond

Waar gaat de zaak over?

De werknemer stelt zich op het standpunt dat als de in het indelingsadvies zelf beschreven werkzaamheden conform de tekst van het functiebeeld schaal 10 worden herbeoordeeld, het aandeel schaal-10-werkzaamheden ruim boven de 70% uitkomt. De werknemer stelt zich op het standpunt dat dat het huidige indelingsadvies (schaal 9) onvoldoende aansluit bij het FGR-functiebeeld schaal 10 en innerlijk tegenstrijdig is, omdat de eigen werkpakketbeschrijving een hoger aandeel schaal-10-werkzaamheden aantoont

De werkgever stelt zich op het standpunt dat in tegenstelling tot wat de werknemer in zijn conclusie en verzoek vermeldt, dat de eigen werkpakketbeschrijving van de werknemer geen hoger aandeel schaal 10 werkzaamheden aantoont. Met de werknemer is de werkgever eens dat het huidige indelingsadvies (schaal 9) onvoldoende aansluit bij het FGR-functiebeeld schaal 10. Van innerlijke tegenstrijdigheid bij dit indelingsadvies is, anders dan de werknemer stelt, geen sprake. De werkgever concludeert dat de functie van de werknemer in te delen in schaal 10 van het Functiegebouw Rijk onjuist zou zijn. Een nieuwe indeling in het Functiegebouw Rijk, op basis van het door de werknemer zelf beschreven werkpakket van hem, verandert deze conclusie niet en zou dus geen toegevoegde waarde hebben.

 

Hoe luidt de uitspraak van de commissie?

Voor de indeling in het FGR dient gehandeld te worden conform de afspraken binnen het Rijk zoals die zijn neergelegd in de interne leidraad van O&P Rijk | Organisatieadvies. Het werkpakket moet eerst worden ingedeeld in een functiefamilie. Daarna dient de functiegroep bepaalt te worden en tot slot moet de functietypering (schaalniveau) worden bepaald.

Er moet worden gekeken naar het organieke samenstel van werkzaamheden en het zwaartepunt van de betreffende werkzaamheden. Daarbij geldt een zorgplicht voor de werkgever ten aanzien van zowel van afstemming met, als overeenstemming tussen partijen. Een functietypering en bijbehorend schaalniveau is van toepassing indien de niveaubepalende aspecten van die functietypering in overwegende mate (70%) onderdeel uitmaken van het werkpakket.

Partijen lijken te verschillen over de verdeling van werkzaamheden en de juistheid van de percentages daaromtrent. Ongeacht of überhaupt in deze mate onderscheid gemaakt kan worden in de verschillende soorten werkzaamheden, acht de commissie de discussie omtrent de juistheid van de percentage minder relevant. De commissie benadrukt dat het bij de beoordeling gaat om het organieke samenstel van werkzaamheden en het zwaartepunt van de betreffende werkzaamheden. De inschaling is afhankelijk van de functieverzwarende elementen zoals genoemd in het FGR. Functieverzwarende elementen voor deze functie zijn onder andere inhoudelijke coördinatie, planning en kwaliteitsbewaking van eigen projecten en de aansturing van analisten en stagiaires. De commissie ziet deze elementen niet als zelfstandige verantwoordelijkheid terugkomen in het werkpakket van de werknemer. De commissie is zich er bewust van dat de werknemer meer werkzaamheden lijkt te verrichten dan hem wordt opgedragen, echter dit lijken werkzaamheden te zijn die de werknemer op eigen initiatief uitvoert.

Na de beschrijving van de werkzaamheden heeft de indeling plaatsgevonden door O&P Rijk als externe onafhankelijke deskundige. O&P Rijk heeft een indelingsadvies opgesteld op basis van het FGR. De commissie concludeert dat het advies zorgvuldig is opgesteld en dat geen aanleiding bestaat om te twijfelen aan het indelingsadvies. De commissie is van oordeel dat de werkgever zijn indelingsbesluit in alle redelijkheid op het indelingsadvies heeft kunnen baseren.

Kijkend naar de stukken is de commissie wel van mening dat er sterke aanwijzingen zijn dat de werknemer bovengemiddeld functioneert en hij meer werkzaamheden uitvoert dan aan hem wordt opgedragen. De commissie ziet dit onder andere aan de plus plus beoordeling in het functioneringsverslag. De werkgever heeft aangegeven dat de werknemer niet in aanmerking komt voor een extra periodiek vanwege uitstekend functioneren. Het is in deze niet aan de commissie om vast te stellen of de werknemer daadwerkelijk uitstekend functioneert en in aanmerking moet komen voor een extra periodiek conform paragraaf 6.2 van de CAO Rijk. Wel is de commissie van oordeel dat de werkgever dit afwijzende besluit op grond van goed werkgeverschap gemotiveerd zou moeten onderbouwen aan de werknemer nu er sterke aanwijzingen zijn dat de werknemer daarvoor wel in aanmerking zou moeten komen.

Over de uitspraken van de commissie en deze samenvatting

De geschillencommissie doet uitspraak over een voorgelegd meningsverschil. De uitspraak is echter niet bindend.

Afwijken van die uitspraak kan alleen gemotiveerd gebeuren. Dit is bepaald in § 16.2 van de cao.

Deze samenvatting is een vereenvoudigde, geanonimiseerde weergave van de officiële uitspraak van de commissie.

Aan de samenvatting kunnen geen rechten worden ontleend.

Voor vragen of opmerkingen over de samenvatting, gelieve contact op te nemen met het secretariaat van de commissie via administratie.caopjuridisch@caop.nl.