| Inhoudsindicatie | Tijdelijke verplaatsing voor de duur van zes maanden |
|---|---|
| Zaaknummer(s) | 2025-00358/00383 en 00384 |
| Datum uitspraak | |
| Categorie(ën) verschil van mening, zoals genoemd in 16.2 van de Cao Rijk |
Een straf die uw werkgever wil opleggen |
| Relevante cao-bepaling(en) | 15 |
| Uitkomst zaak | (deels) gegrond |
Waar gaat de zaak over?
Er zijn drie zaken die gevoegd op zitting behandeld zijn. De werkgever heeft bij drie werknemers dezelfde straf opgelegd: overplaatsing als beveiliger voor de periode van zes maanden naar een andere inrichting. Het gaat in deze zaak om drie medewerkers, werkzaam in een PI, die zich bezig houden met het vervoer van arrestanten, gedetineerden en vreemdelingen. De straf is opgelegd naar aanleiding van ontvangen meldingen omdat de werknemers tijdens een dag- dan wel nachtdienst (in de ruimte die bedoeld is om te rusten, te pauzeren en je voor te bereiden op de inzet (hierna: wachtruimte)), liggend (op een matje) op de vloer dan wel liggend op een bank, al dan niet met de schoenen uit en al dan niet met een bivakmuts over het hoofd zijn aangetroffen.
Door de werknemers is ter verdediging aangevoerd dat de wachtruimte in een slechte staat verkeert. De werknemers stellen dat hun gedragingen niet verboden zijn in de opgelegde regels, protocollen en instructies en dat zij te allen tijde aanspreekbaar en inzetbaar zijn geweest. Werknemers stellen dat de straf niet proportioneel is. De werkgever had een lichtere straf op kunnen leggen om het gewenste doel te bereiken.
De werkgever voert aan dat in deze zaak sprake is van plichtsverzuim. Werknemers kunnen liggend op een bank of de vloer geen permanent toezicht houden op de camerabeelden. Het gedrag van de werknemers is ernstig verwijtbaar. Er is sprake van bewuste handelingen waarbij er een aanzienlijke kans bestaat dat de werknemer in slaap valt. Er is geen sprake van alertheid hetgeen in de functie van werknemers noodzakelijk is. De veiligheid van de inrichting en die van collega’s is in gevaar gebracht.
De werknemers hebben in strijd gehandeld met de Gedragscode Integriteit Rijk (GIR) en met artikel 6 van de Ambtenarenwet (gedragen als een goed ambtenaar).
Hoe luidt de uitspraak van de commissie?
De commissie oordeelt dat het in deze zaak gaat om de vragen:
– 1. Is er sprake van plichtsverzuim?
– 2. Is de opgelegde straf evenredig?
Voor het aannemen van plichtsverzuim is vereist dat de gedragingen die aan de werknemers worden verweten vast staan en dat die gedragingen kwalificeren als plichtsverzuim omdat verzoeker met die gedragingen de aan hem opgelegde verplichtingen niet is nagekomen (voorschriften heeft overtreden).
De werkgever heeft aangevoerd dat voor het uitvoeren van de aan de werknemers opgedragen taken permanente alertheid geboden is en de werknemers in geval van een incident direct moeten kunnen handelen.
De commissie komt tot het oordeel dat de taak (de plicht) van werknemers er uit bestaat (naast het begeleiden van inkomende voertuigen en personen) dat zij reageren op een oproep dat zich een calamiteit heeft voorgedaan en actie vereist is. Alertheid houdt in dat de werknemer een oproep onmiddellijk beantwoordt. De werknemer moet zich na een oproep direct voorzien van zijn vest, schoenen en gezichtsbedekking en zich naar buiten naar het incident begeven. Het is de commissie gebleken dat in geval van een oproep de werknemer in staat is in zeer korte tijd zijn vest om te hangen, zijn schoenen (bergschoenen met een snelsluiting (kliksysteem)) aan te trekken en paraat te staan. Daarmee kan de werknemer voldoen aan de gegeven opdracht namelijk permanent alert zijn en reageren op een oproep dat zijn/haar hulp nodig is bij een calamiteit.
Er is niet vastgesteld dat werknemers hebben geslapen. De commissie is van oordeel dat in dat geval de fysieke houding van werknemers waarin zij wachten op een oproep niets bijdraagt of afdoet aan de van de werknemer te verwachten alertheid en de snelheid waarbinnen hij/zij paraat moet staan.
De commissie merkt op dat in de wachtruimte zich door verweerder aangebrachte 24-uursstoelen bevinden die in een stand van 180 graden gebracht kunnen worden en waarbij de voeten op tafel kunnen worden gelegd. De commissie ziet niet in wat het verschil is tussen het opstaan vanaf de bank of vanaf de grond ten opzichte van het overeind komen uit een 24-uursstoel in ligstand. Ook in geval van een liggende houding is de werknemer aanwezig en in staat te doen wat hij moet doen, namelijk na een oproep in no time klaar staan om in actie te komen. De fysieke houding waarin een werknemer zich bevindt op het moment dat een oproep hem/haar bereikt is niet bepalend voor de snelheid waarbinnen de werknemer paraat kan staan.
Door werkgever is op geen enkele manier aangetoond dat werknemers tijdens de dag- en/of nachtdienst hun uitrusting niet op tijd aan konden doen om te reageren op een oproep.
Ten aanzien van het verwijt van de werkgever dat de werknemers liggend niet in staat zouden zijn de camerabeelden in de gaten te houden merkt de commissie op dat de camera’s pas recent op verzoek van de werknemers zijn geplaatst. Het continu toezicht houden op de camerabeelden behoort niet tot de kerntaak van werknemers. Door werkgever is niet aangetoond dat werknemers te allen tijde gehouden zijn camerabeelden te bekijken.
Evenmin is door de werkgever aangetoond dat iedere werknemer tijdens zijn/haar dienst de camerabeelden dient te bekijken. Door werkgever is niet bestreden dat de dienstdoende werknemers onderling een taakverdeling kunnen maken, hetgeen ook geldt voor het bekijken van camerabeelden.
De commissie oordeelt dat in deze zaak niet gebleken is van plichtsverzuim door werknemers en dat de straf van een tijdelijke overplaatsing gedurende zes maanden naar een nader te bepalen PI ten onrechte is opgelegd.
Nu de commissie concludeert dat geen sprake is van plichtsverzuim hoeft de commissie geen uitspraak te doen over de evenredigheid van de opgelegde straf.
Over de uitspraken van de commissie en deze samenvatting
De geschillencommissie doet uitspraak over een voorgelegd meningsverschil. De uitspraak is echter niet bindend.
Afwijken van die uitspraak kan alleen gemotiveerd gebeuren. Dit is bepaald in § 16.2 van de cao.
Deze samenvatting is een vereenvoudigde, geanonimiseerde weergave van de officiële uitspraak van de commissie.
Aan de samenvatting kunnen geen rechten worden ontleend.
Voor vragen of opmerkingen over de samenvatting, gelieve contact op te nemen met het secretariaat van de commissie via administratie.caopjuridisch@caop.nl .