Inhoudsindicatie

Functie-indeling

Zaaknummer(s) 2025-00295
Datum uitspraak
Categorie(ën) verschil van mening,
zoals genoemd in 16.2 van de Cao Rijk
Of aan werkzaamheden goede salarisschaal is verbonden, Of werkzaamheden passen binnen functiegroep Functiegebouw Rijk
Relevante cao-bepaling(en) 6.1
Uitkomst zaak (deels) gegrond

Waar gaat de zaak over?

De werknemers zijn het niet eens met de uitkomst van de recente functieherwaardering. Naar hun mening is het onderzoek niet zorgvuldig uitgevoerd. Er is uitsluitend gebruik gemaakt van vacatureteksten en interviews met de leidinggevende. Dit geeft volgens de werknemers een onvolledig en soms onjuist beeld van de feitelijke werkzaamheden die zij uitvoeren. Er is geen nader onderzoek gedaan naar hun dagelijkse praktijk, noch zijn zij inhoudelijk bevraagd over de taken, verantwoordelijkheden en het werkaanbod binnen hun functie.

De werkgever stelt zich op het standpunt dat de indeling correct is. Het indelingsonderzoek is uitgevoerd door O&P Rijk, een onafhankelijke partij met specifieke expertise in functiewaardering binnen het Rijk. Het rapport biedt een objectieve en feitelijke weergave van de functie-indeling conform de landelijke kaders van het Functiegebouw Rijk en het FUWASYS 2020

De werkgever geeft aan dat leidinggevenden binnen de Rijksoverheid verantwoordelijk zijn voor het inrichten van hun organisatieonderdeel met passende functies om de doelstellingen, zoals die zijn vastgelegd in een Organisatie en Formatierapport, te realiseren. Volgens de vigerende regels van het FGR is het niet noodzakelijk om persoonlijke interviews te houden. Het gaat bij de functie-indeling namelijk om het werk dat hoort bij de functie, niet om wat elke medewerker persoonlijk doet. Het risico van het afnemen van individuele interviews is dat persoonsgebonden taken en individuele interpretaties de objectiviteit van het functieonderzoek kunnen beïnvloeden. O&P Rijk heeft samen met het MT DVP het reguliere werk voor de functie in kaart gebracht en beoordeeld. Persoonlijke of tijdelijke taken zijn daarin niet meegenomen.

 

Hoe luidt de uitspraak van de commissie?

De commissie is van oordeel dat het argument dat de werkgever de standaard werkwijze heeft gevolgd en dat het niet in een regeling is vastgelegd dat een werkgever een interview moet afnemen met één of meerdere werknemers, niet op gaat. De werkgever is gehouden om zich als goed werkgever te gedragen. Volgens de commissie mag van een goed werkgever verwacht worden dat hij zorgvuldig handelt bij besluiten die de werknemer raken, en de werkgever daarbij de mogelijkheid aan een werknemer biedt om zijn visie kenbaar te maken. De commissie is van oordeel dat de werkgever hierin onzorgvuldig heeft gehandeld.

Het klopt dat de werkgever uiteindelijk het werkpakket bepaalt. Echter door het werkpakker zonder enige inspraak vast te stellen, bestaat wel een aannemelijke kans dat het (generieke) functiebeeld en de feitelijke werkzaamheden niet in overeenstemming zijn. Ook het argument dat niet alle werkzaamheden zijn opgedragen slaagt volgens de commissie niet altijd. Als sprake is van substantiële en structurele werkzaamheden dan is dit de bedongen arbeid geworden c.q. dan zijn dit de opgedragen werkzaamheden. Een functiebeschrijving kan niet alles omvattend zijn, echter bij het uitvoeren van substantiële en structurele werkzaamheden dienen die werkzaamheden terug te komen in de functiebeschrijving. Van een goed werkgever mag tevens verwacht worden dat de functiebeschrijving en werkzaamheden met elkaar in overeenstemming zijn. Op dit moment is het voor de commissie onduidelijk of de werkzaamheden waarvan de werknemers stellen ze wel degelijk uit te voeren, structureel en substantieel worden uitgevoerd.

Het is de commissie überhaupt onduidelijk waarom de werkgever het indelingsproces niet in samenspraak met haar werknemers heeft doorlopen. Als de werknemers wel vooraf waren geraadpleegd dan hadden ze vooraf kunnen stellen dat het functiebeeld niet overeenstemt met de feitelijke werkzaamheden. De werkgever (of O&P Rijk) had deze concrete stelling dan kunnen onderzoeken en eventueel kunnen weerleggen. Met de door de werkgever gehanteerde werkwijze is het proces echter onduidelijk en oncontroleerbaar voor de werknemers. Al helemaal als de werkgever zelf niet goed heeft kunnen uitleggen aan de werknemers hoe zij tot dit functiebeeld en deze indeling is gekomen.

Zoals de werkgever terecht heeft aangegeven is het de keuze van de werkgever om maar een beperkt aantal functies op schaal 9 te creëren en geen functies op schaal 10 te creëren, en daarmee een maximum te stellen aan de doorgroeimogelijkheden. Het kan dan echter niet zo zijn dat het werkpakket van de werknemers alsnog in overwegende mate voldoet aan de niveaubepalende elementen van schaal 9 of 10.

De commissie is van oordeel dat de leidinggevende van de werknemers in overleg moet treden met de werknemers. Als blijkt dat de feitelijke situatie niet overeenkomt met het functiebeeld dan moet de functie opnieuw worden ingedeeld.

 

Over de uitspraken van de commissie en deze samenvatting

De geschillencommissie doet uitspraak over een voorgelegd meningsverschil. De uitspraak is echter niet bindend.

Afwijken van die uitspraak kan alleen gemotiveerd gebeuren. Dit is bepaald in § 16.2 van de cao.

Deze samenvatting is een vereenvoudigde, geanonimiseerde weergave van de officiële uitspraak van de commissie.

Aan de samenvatting kunnen geen rechten worden ontleend.

Voor vragen of opmerkingen over de samenvatting, gelieve contact op te nemen met het secretariaat van de commissie via administratie.caopjuridisch@caop.nl