| Inhoudsindicatie | Hogere fiscale bijtelling in verband met tijdelijk vervangende dienstauto in rekening gebracht bij werknemer |
|---|---|
| Zaaknummer(s) | 2025-00189 |
| Datum uitspraak | |
| Categorie(ën) verschil van mening, zoals genoemd in 16.2 van de Cao Rijk |
Ander onderwerp |
| Relevante cao-bepaling(en) | 10.6 |
| Uitkomst zaak | (deels) ongegrond |
Waar gaat de zaak over?
De werknemer heeft in verband met het uitoefenen van zijn functie een dienstauto ter beschikking. De werknemer mag de dienstauto in privé gebruiken en heeft daarvoor een gebruikersovereenkomst getekend, op welke overeenkomst de bij werkgever geldende autoregeling van toepassing is. Op enig moment moet de dienstauto gerepareerd worden en krijgt de werknemer de beschikking over een vervangende dienstauto. De reparatie neemt geruime tijd in beslag en al die tijd rijdt de werknemer in die vervangende dienstauto.
De vervangende dienstauto heeft een hogere fiscale cataloguswaarde hetgeen leidt tot een hogere fiscale bijtelling op het loon van de werknemer. De werknemer stelt zich op het standpunt dat de werkgever ten onrechte de hogere fiscale bijtelling bij werknemer in rekening brengt. De werknemer meent dat het niet in zijn risicosfeer ligt dat de vakgarage zo’n lange periode nodig heeft gehad om de dienstauto te repareren. Verder meent de werknemer dat de werkgever ten onrechte niet heeft gereageerd op de diverse mails van werknemer waarin hij vragen heeft gesteld over de (financiële) gevolgen van het rijden in een vervangende dienstauto.
Hoe luidt de uitspraak van de commissie?
De commissie oordeelt dat de werknemer bij aanvang van de ter beschikking stelling van de dienstauto er voor getekend heeft dat kennis is genomen van de geldende voorschriften bij privégebruik van de dienstauto. In de voorschriften is bepaald dat wanneer een werknemer langer dan vijf dagen gebruik maakt van een vervangende dienstauto de fiscale waarde van de vervangende auto bepalend is voor de hoogte van de fiscale bijtelling. In artikel 10 lid 1 van de Wet op de Loonbelasting is bepaald dat loon al hetgeen is dat een werknemer uit een dienstbetrekking geniet. Werkgever heeft de hoogte van de fiscale bijtelling toegepast die hoort bij de cataloguswaarde van de ter beschikking gestelde vervangende dienstauto in de periode. Verzoeker heeft voordeel genoten van het feit dat aan hem een auto uit een hoger segment ter beschikking is gesteld waar hij in privé mee rijdt en dat voordeel wordt gekwantificeerd aan de hand van door de belastingdienst gehanteerde bijtellingspercentrages.
De commissie oordeelt dat het feit dat de werknemer de geldende voorschriften en een mail van de werkgever over de fiscale bijtelling niet goed gelezen heeft voor rekening en risico van de werknemer komt. Aan de werknemer is terecht de hogere fiscale bijtelling in rekening gebracht.
De commissie oordeelt verder dat de werkgever in deze kwestie steken heeft laten vallen zoals een slechte communicatie richting de werknemer, de eigen dienstauto van de werknemer is bovengemiddeld lang in reparatie geweest en de werkgever heeft geen druk gezet om de reparatie te bespoedigen, de werkgever heeft zich onvoldoende ingespannen om de vervangende auto om te ruilen voor een vervangende dienstauto uit een goedkoper segment bij de leasemaatschappij. Vanuit een gezichtspunt van goed werkgeverschap bestaat er aanleiding voor dat de werkgever naar het eigen handelen kijkt en in overweging neemt om een deel van de hogere fiscale bijtelling van de werknemer op enigerlei wijze te compenseren.
Over de uitspraken van de commissie en deze samenvatting
De geschillencommissie doet uitspraak over een voorgelegd meningsverschil. De uitspraak is echter niet bindend.
Afwijken van die uitspraak kan alleen gemotiveerd gebeuren. Dit is bepaald in § 16.2 van de cao.
Deze samenvatting is een vereenvoudigde, geanonimiseerde weergave van de officiële uitspraak van de commissie.
Aan de samenvatting kunnen geen rechten worden ontleend.
Voor vragen of opmerkingen over de samenvatting, gelieve contact op te nemen met het secretariaat van de commissie via administratie.caopjuridisch@caop.nl .