| Inhoudsindicatie | Functie-indeling |
|---|---|
| Zaaknummer(s) | 2024-00093 |
| Datum uitspraak | |
| Categorie(ën) verschil van mening, zoals genoemd in 16.2 van de Cao Rijk |
Of aan werkzaamheden goede salarisschaal is verbonden, Of werkzaamheden passen binnen functiegroep Functiegebouw Rijk |
| Relevante cao-bepaling(en) | 6.1 |
| Uitkomst zaak | (deels) gegrond |
Waar gaat de zaak over?
De werknemers stellen zich op het standpunt dat zij niet juist zijn ingedeeld. Zij stellen dat in andere regio’s collega’s in dezelfde functie als de werknemers uitbetaald worden in schaal 7. Daarvoor wijzen zij op meerdere vacatures. De werknemers hebben niet de beschikking over de waardering van hun functie in schaal 6. Zij zijn in ieder geval van mening dat hun functie minimaal gewaardeerd moet worden in schaal 7. Het feit dat de werknemers niet in een reguliere omgeving werkzaam zijn, maar werkzaam zijn bij een bijzonder object maakt dat er verscheidene werkzaamheden zijn, die niet voorkomen bij een reguliere functie. Er is tevens aan een heleboel collega’s schaal 7 toegekend, en die collega’s hebben een gemakkelijkere taak dan de werknemers.
De werkgever stelt zich op het standpunt dat de werknemers juist zijn ingedeeld. De werkgever meent dat de werknemers in onderhavige kwestie evenwel geen recht hebben op het loon van schaal 7 omdat geen sprake is van gelijke arbeid. Zelfs als daar wel sprake van is, is geen sprake van een verboden onderscheid in beloning. Ten aanzien van de stelling van de werknemers dat sprake is van functieverzwarende werkzaamheden die een schaal 7 rechtvaardigt, wijst de werkgever op het feit dat de stelling van de werknemers (objectief) onderzocht is door een extern adviesbureau. De werkgever stelt verder nog dat het uitgangspunt heeft te gelden dat de werkgever een zekere mate van vrijheid heeft om de functiebeschrijvingen van haar werknemers vast te stellen. Minder vaak voorkomende werkzaamheden worden aldus niet beschreven of hooguit in een onderdeel “bijzonderheden” vermeld.
De werkgever merkt in zijn algemeenheid op dat hij een uitvoerig en (zeer) zorgvuldig proces heeft gevolgd om te komen tot de vaststelling van de functiebeschrijving en de indeling/waardering van de functie. De werknemers hebben na ontvangst van de functiebeschrijving een aantal bedenkingen geuit. Dit heeft uiteindelijk geleid tot het vaststellen van een aangepaste functiebeschrijving. De werkgever meent dat de opgestelde functiebeschrijving de werkzaamheden van de werknemers in voldoende mate dekt. Vervolgens heeft het externe adviesbureau de vastgestelde functiebeschrijving gewaardeerd met FUWASYS. Deze waardering is uitgevoerd door twee medewerkers van het externe adviesbureau, die gecertificeerd zijn als FUWASYS functie-analist, en gemotiveerd in een functiewaarderingsrapport.
Hoe luidt de uitspraak van de commissie?
De commissie stelt voorop dat het FGR sinds 1 januari 2020 als instrument voor indeling en inschaling is vermeld in paragraaf 6.1 van de CAO Rijk en heeft het daardoor ook directe rechtspositionele werking gekregen. De paragrafen 6.1 en 28.5 van de CAO Rijk geven dit duidelijk aan.
Voor de indeling in het FGR dient gehandeld te worden conform de afspraken binnen het Rijk zoals die zijn neergelegd in de interne leidraad van O&P Rijk | Organisatieadvies (voorheen Indelingsinstructie FGR). Het werkpakket moet eerst worden ingedeeld in een functiefamilie. Daarna dient de functiegroep bepaalt te worden en tot slot moet de functietypering (schaalniveau) worden bepaald. Er moet worden gekeken naar het organieke samenstel van werkzaamheden en het zwaartepunt van de betreffende werkzaamheden. Daarbij geldt een zorgplicht voor de werkgever ten aanzien van zowel van afstemming met, als overeenstemming tussen partijen. Een functietypering en bijbehorend schaalniveau is van toepassing indien de niveaubepalende aspecten van die functietypering in overwegende mate (70%) onderdeel uitmaken van het werkpakket.
De werkgever stelt dat de CAO Rijk het niet verbiedt om FUWASYS te gebruiken. In dat kader wijst de commissie erop dat de CAO Rijk wel degelijk aangeeft wanneer FUWASYS gebruikt wordt. Dit kan het geval zijn als een organisatie binnen de sector Rijk het FGR niet gebruikt (paragraaf 6.1), zoals bij de hoge Colleges van Staat en een deel van de Rechtspraak. Daarnaast wordt FUWASYS gebruikt als er een nieuwe functietypering wordt toegevoegd aan het Functiegebouw Rijk (paragraaf 28.5). Deze bevoegdheid is exclusief toebedeelt aan cao-partijen. Er is in deze dus geen grondslag voor de werkgever om FUWASYS te gebruiken.
Daarnaast stelt de werkgever dat de CAO Rijk niet verwijst naar bepaalde instructies van O&P Rijk. De cao verwijst echter wel naar het FGR. De leidraad voor de toepassing van het FGR is één van de basisdocumenten van het FGR. De interne leidraad geeft alle noodzakelijke informatie voor het juiste gebruik van het FGR. Dat de leidraad niet wordt genoemd in de CAO Rijk doet niet af aan het feit dat door het hanteren van de leidraad er op uniforme en correcte wijze Rijksbreed wordt ingedeeld. De leidraad dient dan ook wel degelijk als uitgangspunt te worden genomen.
Het indelingsadvies
In het geval van de werknemers ligt er aan het uiteindelijke indelingsbesluit een advies van een extern adviesbureau ten grondslag. In dit indelingsadvies wordt de functie van de werknemers onder andere gewaardeerd conform FUWASYS. De commissie is van oordeel dat dit niet in lijn is met de voorgeschreven wijze conform paragraaf 6.1 en 28.5 van de CAO Rijk (en de interne leidraad van O&P Rijk | Organisatieadvies). Het werkpakket van de werknemers dient niet gewaardeerd te worden op grond van FUWASYS maar ingedeeld te worden in het FGR.
De commissie constateert dat er in het geval van de werknemers een aannemelijk kans bestaat dat de niveaubepalende aspecten van de functietypering in overwegende mate onderdeel uitmaken van hun werkpakket. Zo is op de zitting naar voren gekomen dat [werkzaamheden] mogelijk wel onderdeel zijn van het werkpakket en lijken collega’s c.q. vergelijkbare vacatures zonder goede onderbouwing wel in schaal 7 te zijn ingedeeld. Echter nu een foutieve werkwijze is gehanteerd kan de commissie überhaupt niet toekomen aan de inhoudelijke toets over het werkpakket van de werknemers. De werkgever kan zijn indelingsbesluit in alle redelijkheid dan ook niet baseren op het opgestelde indelingsadvies.
De commissie is van oordeel dat de werkgever een nieuw indelingsadvies moet laten opstellen door een externe onafhankelijke FGR-deskundige.
Over de uitspraken van de commissie en deze samenvatting
De geschillencommissie doet uitspraak over een voorgelegd meningsverschil. De uitspraak is echter niet bindend.
Afwijken van die uitspraak kan alleen gemotiveerd gebeuren. Dit is bepaald in § 16.2 van de cao.
Deze samenvatting is een vereenvoudigde, geanonimiseerde weergave van de officiële uitspraak van de commissie.
Aan de samenvatting kunnen geen rechten worden ontleend.
Voor vragen of opmerkingen over de samenvatting, gelieve contact op te nemen met het secretariaat van de commissie via administratie.caopjuridisch@caop.nl.